Een lockmachine (overlock) gebruik je vooral om stofranden netjes af te werken en tegelijk te naaien en snijden. Rijg eerst alle draden correct in (meestal 3 of 4), volgens de volgorde in de machine, en stel daarna de juiste spanning en steeklengte in afhankelijk van je stof. Leg de stof langs het mes onder het voetje, laat het voetje zakken en begin rustig te naaien zodat de machine de rand gelijkmatig afsnijdt en afwerkt. Duw de stof niet, maar begeleid deze licht zodat de rand recht blijft. Aan het einde laat je een draadketting lopen en werk je die af door vast te knopen of in te stoppen. Voor onderhoud is het belangrijk om regelmatig pluisjes te verwijderen (lockmachines maken veel stof), naalden op tijd te vervangen en de machine volgens de handleiding schoon en eventueel licht geolied te houden.