Workshops

Omgaan met de Naaimachine

Een naaimachine gebruik je door eerst de onderdraad op een spoeltje te winden en daarna de bovendraad volgens het draadpad in te rijgen. Plaats het spoeltje in het spoelhuis onder de naaldplaat en leg de stof onder het voetje. Laat het voetje zakken en gebruik het pedaal om rustig te starten; begin langzaam zodat je controle houdt en laat de machine het werk doen zonder de stof te duwen. Draai altijd de naald omhoog met het handwiel voordat je de stof verplaatst en gebruik een paar steekjes achteruit aan het begin en einde om te hechten. Voor goed onderhoud is het belangrijk om regelmatig stof en draadresten te verwijderen, de naald af en toe te vervangen en – indien nodig – de machine licht te oliën volgens de handleiding.

Omgaan met de Lockmachine

Een lockmachine (overlock) gebruik je vooral om stofranden netjes af te werken en tegelijk te naaien en snijden. Rijg eerst alle draden correct in (meestal 3 of 4), volgens de volgorde in de machine, en stel daarna de juiste spanning en steeklengte in afhankelijk van je stof. Leg de stof langs het mes onder het voetje, laat het voetje zakken en begin rustig te naaien zodat de machine de rand gelijkmatig afsnijdt en afwerkt. Duw de stof niet, maar begeleid deze licht zodat de rand recht blijft. Aan het einde laat je een draadketting lopen en werk je die af door vast te knopen of in te stoppen. Voor onderhoud is het belangrijk om regelmatig pluisjes te verwijderen (lockmachines maken veel stof), naalden op tijd te vervangen en de machine volgens de handleiding schoon en eventueel licht geolied te houden.

Appliqueren op de Naaimachine

Appliqueren op de naaimachine betekent dat je een stuk stof op een andere stof vastnaait als decoratie. Je knipt eerst de gewenste vorm uit applicatiestof en strijkt eventueel vliesofix of versteviging op de achterkant zodat het niet verschuift. Plaats de vorm op de onderstof en zet deze tijdelijk vast met strijklijm, spelden of een rijgsteek. Daarna naai je langs de rand met een rechte steek of zigzagsteek, afhankelijk van de afwerking die je wilt. Werk langzaam en draai de stof voorzichtig bij bochten terwijl de naald in de stof blijft, zodat de vorm netjes blijft. Voor een mooi resultaat gebruik je een passende naald, bij voorkeur een korte steeklengte en strijk je de applicatie na afloop licht om alles strak te laten liggen.

Naaimachinevoetjes

Naaimachinevoetjes zijn opzetstukken die je op de naaimachine klikt om verschillende naaitechnieken makkelijker en netter uit te voeren. Elk voetje heeft een specifieke functie, zoals een standaardvoetje voor rechte steken en zigzag, een ritsvoetje om dicht langs ritsen te naaien, een knoopsgatenvoetje voor automatische knoopsgaten en een blindzoomvoetje voor onzichtbare zomen. Je wisselt het voetje door het oude los te klikken en het nieuwe recht onder de houder te plaatsen tot het vastklikt. Het juiste voetje gebruiken zorgt voor meer controle, een strakker resultaat en minder fouten tijdens het naaien. Het is handig om vooraf te weten welk voetje bij je techniek past en rustig te testen op een proeflapje voordat je aan je echte project begint.

Beddegoed maken

Beddegoed maken op de naaimachine begint met het kiezen van de juiste stof, meestal katoen of linnen, die comfortabel en wasbaar is. Meet en knip de stof op de gewenste afmetingen voor bijvoorbeeld een hoeslaken, dekbedovertrek of kussensloop, en voeg naadtoeslag toe. Naai eerst de zomen van de randen netjes af, meestal met een rechte steek of een lockmachine voor een stevige afwerking. Voor dekbedovertrekken kun je een instopstrook of knopenrij aan één kant toevoegen zodat het dekbed goed blijft zitten. Kussenslopen krijgen vaak een omslag of knoopsluiting. Werk het beddegoed af door alles netjes te strijken zodat de naden plat liggen en het geheel er verzorgd uitziet.

Shop: N/A, Paramaribo N/A N/A

Call +(597)8579130

Site: jofa-naaischool.com

Copyright Jofa-Naaischool 2026. All rights reserved